|
In de kop van Overijssel ligt Nationaal Park De Weerribben, een 3500 ha groot laagveenmoeras met trekgaten, rietland, hooiland, trilveen en moerasbos. Er zijn een bezoekerscentrum en een informatiecentrum. Het gebied wordt jaarlijks bezocht door een half miljoen mensen die er komen varen (in kano’s en elektroboten), fietsen en wandelen. Ontstaan: over ribben en weren De Weerribben zijn in de afgelopen eeuwen ontstaan door het afgraven van veen voor turfwinning. Sporen daarvan zijn duidelijk in het landschap terug te vinden. Ook in de gebiedsnaam. ‘Ribben’ zijn smalle stroken land waarop de uitgebaggerde turf te drogen werd gelegd. ‘Weren’ of ‘petgaten’ zijn verveende delen die weer volliepen met water. Na de vervening groeide het open water geleidelijk dicht en bepaalde de rietteelt de aanblik van het landschap. Het oude verveningspatroon bleef echter bestaan. Water overheerst in De Weerribben. Alle planten en dieren die er voorkomen zijn ervan afhankelijk. Die natuurlijke rijkdom is heel bijzonder. Zeker bij een 'wetland' van deze omvang. Het veen in De Weerribben is lang geleden, vóór de laatste ijstijd, ontstaan als hoogveen (veenmosveen). Het ontstond boven de grondwaterspiegel uit water- en oeverplanten. In het zure en zuurstofarme water verteerden de afgestorven plantendelen niet volledig. Zo ontstond in de loop van eeuwen een dikke laag veen. De temperatuur op aarde steeg en de ijskap smolt. Daardoor steeg de zeespiegel en is dit hoogveen onder water gekomen. De turfmakers troffen het veen eeuwen later onder water aan en noemden het laagveen, maar feitelijk is het ‘verdronken’ hoogveen. In de Middeleeuwen wist men al dat uitgebaggerd en gedroogd veen als brandstof gebruikt kon worden: turf. Turfwinning is daardoor voor de streekbewoners lang de belangrijkste broodwinning geweest en bleef tot 1920 van grote betekenis. Daarna begon het bruikbare veen op te raken en werd de turfwinning onrendabel. Al kort na het begin van onze jaartelling verbaasden de Romeinen zich over onze stookgewoonten: “Ze kneden slijk met de handen om het vervolgens te laten drogen in wind en zon. Het gedroogde slijk gebruiken ze om hun ledematen te verwarmen.”  Vervenen volgens de regels Het veen werd in lange banen uitgebaggerd. Steeds spaarde men een smalle strook grond uit om de veenbagger op te laten drogen. Deze stroken werden ‘ribben’ of ‘legakkers’ genoemd. In de beginperiode van de turfwinning waren ze zó smal dat ze bij zware storm werden weggeslagen. Zo ontstonden de grote plassen, waarvan het aangrenzende natuurreservaat De Wieden een voorbeeld is. In De Weerribben is het nooit zo ver gekomen. De turfwinning begon er later en men was inmiddels door ervaring wijs geworden. Er kwamen regels voor de breedte die de ribben minimaal moesten hebben. Daardoor is het oorspronkelijke verveningspatroon er ook nu nog duidelijk te zien: drie meter brede ribben, gescheiden door petgaten van maximaal dertig meter. Een ere naam: nat land De Weerribben heeft internationaal een grote betekenis omvangrijk nat land, wetland in het Engels. Het herbergt grote natuurwaarden in de planten- en dierenwereld en biedt een broed- en verblijfplaats voor (trek)vogels. Van dit soort kwetsbare gebieden zijn er nog maar weinig over op aarde. De Weerribben is daarom, net als bijvoorbeeld de Waddenzee, aangewezen als ‘wetland’. Een internationale kwalificatie die het belang van de aanwezige natuurwaarden nog eens extra onderstreept. Die grote betekenis van het gebied was een van de motieven om het als nationaal park aan te wijzen. Staatsbosbeheer en het Australische Banrock Station hebben een samenwerkingsverband gesloten om De Weerribben als wetland te behouden. De Weerribben, een Nationaal Park In 1992 kreeg De Weerribben van het rijk de definitieve aanwijzing tot Nationaal Park. Het gebied van ongeveer 35 vierkante kilometer is grotendeels in eigendom van – en in beheer bij – Staatsbosbeheer. Beheren van het gebied, betekent het veiligstellen van de waarden van natuur en landschap en deze waar mogelijk verder ontwikkelen. Hoe het gebied wordt beheerd is tot in detail uitgewerkt in een beheer- en inrichtingsplan. Dit is opgesteld in gezamenlijk overleg tussen alle bij het gebied betrokkenen personen, organisaties en instanties. Bezoekers kunnen kennismaken met het gebied en er van genieten, op een manier die het voortbestaan niet in gevaar brengt. Een Nationaal Park krijgt dus speciale zorg en aandacht. Voor natuurbeheer, voor natuurontwikkeling en voor onderhoud. En er is extra geld voor natuurrecreatie, voorlichting, educatie en wetenschappelijk onderzoek. Bron en meer informatie op: www.npdeweerribben.nl
|